Handel wijs met wijn en spijs!

Als er iets niet mag ontbreken aan een goede maaltijd, dan is het een stel gasten dat deze soldaat komt maken. Maar bij een perfecte maaltijd is een heerlijke wijn gewoonweg onmisbaar! De perfecte wijn is echter weer afhankelijk van welke gerechten er geserveerd worden. Om je te helpen door de bonen het bord, euhm, pardon, de bomen het bos weer te zien, hebben we een klein overzicht opgesteld waaruit blijkt welke druivennatten en kooksels elkaar het beste laten smaken.

Vlees in de kuip

En op het bord uiteraard! We kunnen je alvast verklappen dat wijnen dezelfde eigenschappen dienen te hebben als de gerechten waarbij je ze serveert. Een stevig maal verdient een minstens zo ferme wijn en een verfijnd diner vraagt om een genuanceerde drank. Hieronder vind je verschillende soorten vlees en enkele suggesties voor bijpassende wijnen.

Rund

Zacht en romig → Soepele wijn

Biefstuk → Lichte of medium wijn

Steak/ribeye → Stevige rode wijn

Lam

Gestoofd of gebakken → Malbec of bordeaux (middelzwaar)

Koteletten → Languedoc- of Roussillonwijn (rood)

Lamsrack (oven) → Rhônewijn

Hert

Biefstuk → Krachtige rode wijn

Kalf

Kalfshaas (gegrild/gebakken) → Middelzware rode wijn

Schnitzel → Saltimbocca

Varken

Koteletten (gegrild) → Volle witte wijn (Chardonnay)

Beenham → Krachtige rosé (fruitig)

Gevederd voedsel

Of, nou ja, in de meeste gevallen is de dons natuurlijk wel al verwijderd. Bij gebraden gevogelte wordt een pinot noir altijd aangeraden. Bij gegrilde kip is een chardonnay weer heel lekker, bij gevulde kalkoen een bourgogne en bij een eend met sinaasappel zouden we nooit of te nimmer een riesling afslaan!

Er zwemmen meer vissen in de zee

Dat is niet onze boodschap aan lezers met een gebroken hart maar een hint dat je niet zomaar elke wijn bij iedere vis kunt serveren. Zo smaakt een gavi fantastisch bij een witte vis, bijvoorbeeld een kabeljauw. Bij gegrilde vis heb je echter een pinot noir nodig. Die smaakt ook goed bij zalm, hoewel een merlot daar eveneens perfect mee samengaat. Een haring verorber je met een muscadet en voor sushi breek je de champagne aan.

Het glas is half leeg

Maar dat komt omdat wijnglazen doorgaans nooit helemaal vol geschonken worden. Als je echter voor welke wijn dan ook zomaar een willekeurig glas pakt, komt dat de smaak van de drank niet ten goede. En dat reflecteert zich wellicht ook op de maaltijd.

Gebruik voor een rode wijn dan ook een glas met een grote, ronde kelk en een lange steel. De kelk moet geringe afmetingen en een ronde vorm hebben zodat de wijn goed kan ademen, ofwel zuurstof opnemen. Bovendien zorgt de bolling ervoor dat je zonder te morsen kunt ‘walsen’, waarmee het ronddraaien van het glas om de smaak los te krijgen wordt bedoeld. De lange steel dient om het glas aan vast te pakken, zodat je de kelk niet hoeft aan te raken; het is namelijk niet gewenst om de temperatuur van je hand die van de wijn te laten beïnvloeden.

Witte wijnen hebben over het algemeen die ronde vorm niet nodig. Dit is echter wel van de wijn afhankelijk; laat je hierover dus goed informeren!

Voor champagne is een langer glas vereist. Hierdoor blijft de feestdrank langer bubbelen en bruisen. Ook voor andere mousserende wijnen is het champagneglas – ook wel ‘fluit’ genoemd – zeer geschikt.

Als je kwaliteit hoog in het vaandel hebt staan, worden de glazen van het Duitse merk Schott Zwiesel van harte aanbevolen. Deze worden gemaakt van zeer stevig en uniek kristalglas, dat ontworpen en gepatenteerd is door de experts van Schott Zwiesel. Ze hebben een prachtige briljantie en stijlvolle uitstraling, zodat je een mooi uniform tafereel realiseert als je meerdere soorten wijn serveert aan je gasten.